AOW-leeftijd verder omhoog

Pensioenrichtleeftijd per 1-1-2018 naar 68 jaar

De AOW-leeftijd is sinds 2012 gekoppeld aan de levensverwachting. Het CBS heeft op 31 oktober jl een nieuwe raming voor de levensverwachting gemaakt. Op grond daarvan  stijgt de AOW-leeftijd in 2022 naar 67 jaar en 3 maanden.

Belangrijk voor uw pensioenregeling is  dat ook de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd. De pensioenrichtleeftijd zal vanaf 1 januari 2018  naar 68 jaar moeten.

Hoe is het geregeld in de wet?

De Wet Verhoging AOW- en Pensioenrichtleeftijd koppelt de pensioengerechtigde leeftijd in de eerste pijler (AOW) en de pensioenrichtleeftijd in de 2e pijler (werkgeverspensioen) aan de levensverwachting. De wet gaat uit van de CBS cijfers voor de levensverwachting. Op 31 oktober 2016 heeft het CBS aangegeven dat de levensverwachting is gestegen waardoor de AOW-gerechtigde leeftijd met 3 maanden stijgt naar  67 jaar en 3 maanden. Deze verhoging van de AOW-leeftijd gaat in op 1 januari  2022. Deze stijging komt bovenop het ingroeipad dat op dit moment van toepassing is (AOW in 2018 naar 66 jaar en in 2021 naar 67 jaar). Belangrijk is  dat ook de pensioenleeftijd moet stijgen!

Pensioenleeftijd 68 jaar

Alle pensioenregelingen moeten in 2017 aangepast worden waarbij er een pensioenleeftijd gaat gelden van 68 jaar per 1-1-2018! Bij een middelloonregeling houdt dit in dat de pensioenkosten op korte termijn gaan dalen. Het pensioen hoeft immers pas een jaar later in te gaan. Wat gaat u met deze daling van de pensioenkosten doen?

Pensioen mag weer de eerste van de maand ingaan

In veel pensioenreglementen staat de pensioeningangsdatum als volgt omschreven: ‘Het pensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin een werknemer 67 jaar wordt’. De fiscus hanteert echter een andere definitie. De pensioenrichtleeftijd op grond van de fiscale wetgeving is de dag waarop een deelnemer 67 jaar wordt.

In de praktijk houdt dit het volgende in: is een deelnemer jarig op 25 januari, dan gaan veel pensioenregelingen  uitkeren op 1 januari. Volgens de fiscus mocht de uitkering echter pas plaatsvinden op 25 januari. Bij een fiscaal maximale pensioenregeling (laagste franchise en hoogste opbouwpercentage) leidt dit volgens eerdere berichten van de fiscus tot fiscale bovenmatigheid. De AOW wordt immers pas uitgekeerd op de dag dat de deelnemer jarig is.. Om uitvoeringsproblemen te voorkomen, stond de fiscus een pensioeningangsdatum van de eerste van de maand tijdelijk toe tot 1 januari 2017. Hoewel dit eerst tijdelijk was, is deze maatregel nu definitief geworden. Dat betekent dat de pensioeningangsdatum weer op de eerste van de maand mag, zonder actuariële herrekening.

Toepassing lagere rekenrente DC staffels mogelijk.

Tot op heden publiceerde de fiscus beschikbare premiestaffels gebaseerd op 4%, respectievelijk 3% rekenrente. Toepassing van 3% rekenrente werd destijds toegestaan door de lagere  stand van de rente. Sinds de publicatie van de eerste 3% staffels is de rente verder weggezakt. Door de lage rente is de pensioenuitkering fors gedaald. Daarom heeft de fiscus bij een verzekeraar toepassing van staffels met een lagere rekenrente goedgekeurd. Door de nieuwe staffels kunnen werkgevers een hogere premie toezeggen. Een hogere premie kan meer pensioen opleveren. Fiscaal is pensioen begrensd op 100% van het pensioengevend salaris. Op doelmatigheidsgronden heeft de Belastingdienst aangekondigd niet meer te toetsen boven deze norm. De vraag is echter of de Belastingdienst bij stijgende rente niet alsnog gaat ingrijpen. Steeds meer uitvoerders bieden 2% staffels aan. Dit houdt concreet in dat er meer premie mag worden ingelegd in de pensioenregeling. Hieronder publiceren we de fiscaal goedgekeurde 2% staffel  die te vinden is op pagina 35 van de brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer. Klik hier voor meer informatie

Getallen in percentage van de pensioengrondslag

Staffel I:          ouderdomspensioen

Staffel II:         ouderdomspensioen en uitgesteld nabestaandenpensioen

Staffel III:        ouderdomspensioen en direct ingaand opbouw nabestaandenpensioen

Staffel IV:        ouderdomspensioen en direct ingaand bereikbaar nabestaandenpensioen

Afschaffing doorwerkvereiste

Veel mensen hebben pensioen opgebouwd dat ingaat op bijvoorbeeld 62 jaar of 65 jaar. Als deze mensen elders zijn gaan werken en de rechten als slapersrechten bij de uitvoerder hebben achtergelaten dan was het niet mogelijk deze uit te stellen tot een latere pensioenleeftijd. Nu de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd stijgen, is dat onwenselijk. In de praktijk hield dit in dat een oude uitvoerder pensioen ging uitkeren ondanks dat de betreffende  persoon nog werkzaam was. Door het afschaffen van de zogenaamde doorwerkvereiste is hieraan een eind gekomen. Hierdoor wordt het wettelijk mogelijk gemaakt de pensioeningangsdatum en de AOW-datum te harmoniseren als de deelnemer niet meer werkzaam is vóór de AOW-datum en in de pensioenregeling nog een eerdere pensioeningangsdatum is opgenomen.

Uitgebreidere rechten voor de ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft vanaf 1 oktober 2016 instemmingsrecht wanneer het gaat om de vaststelling, intrekking en wijziging van regelingen op grond van een pensioenovereenkomst. Dit is ongeacht de soort uitvoerder, tenzij het een bedrijfstakpensioenfonds betreft of de pensioenafspraken in een cao zijn vastgelegd.

Hans Kennis

@hans.kennis@montae.nl
T 06 – 2007 29 52

© Montae

Print deze post
Dit artikel delen: