Inleiding

De naleving van de Code Pensioenfondsen wordt jaarlijks gemonitord door de Monitoringcommissie Code Pensioenfondsen (hierna: de Code). Op 13 februari jl. heeft de Monitoringscommissie haar nalevingsrapportage 2016/2017 gepresenteerd. Die rapportage is gebaseerd op een onderzoeksrapport van het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) / Center for Financial Law & Governance (ICFG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In totaal zijn 205 pensioenfondsen onderzocht en 196 bestuurders geïnterviewd. Pensioenfondsen waarvan bekend was dat zij in een liquidatiefase verkeren zijn niet in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een enquête en een desktop onderzoek. Met het onderzoek wil de Monitoringscommissie de kennis over de  normen uit de Code in beeld brengen, inclusief de voortgang hierin en zien of er wensen ter verbetering zijn. In totaal bevat de Code 83 normen, waarvan 65 gedragsnormen, 9 vastleggingsnormen (openbaar en niet openbaar) en 9 rapportagenormen.

In deze publicatie treft u een samenvatting aan van de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de Monitoringscommissie. De bevindingen en aanbevelingen zijn geclusterd aan de hand van de volgende thema’s:

Thema’s Normen Code
1.   Missie, visie en strategie 3, 8 en 19
2.   Besturing van pensioenfondsen:

·       Diversiteit
·       Zelfevaluatie
·       Rapporteren over klachten die via de Ombudsman Pensioenen zijn ingediend
·       Publiceren klokkenluidersregeling
·       Inzichtelijk maken integraal risicomanagement
·       Beheersen uitbesteding

1 t/m 24, 30 t/m 37, 41, 43, 44, 45, 51, 67, 68
3.   Taken en werkwijze intern toezicht 14 t/m 16

Tevens brengen wij de algemene aanbevelingen van de Monitoringscommissie in kaart. Deze aanbevelingen worden gedaan aan de pensioensector als collectief.

Samenvatting nalevingsrapportage Monitoringscommissie

Algemene conclusie

De algemene conclusie van de Monitoringscommissie is dat pensioenfondsen de Code kennen en naleven. Met een gemiddeld nalevingspercentage over het totaal van alle normen van 92,6% is sprake van voortgang ten opzichte van voorgaande jaren.

Wel vraagt de Commissie aandacht voor het opnemen van een goede uitleg in het jaarverslag bij afwijken van de normen (‘pas-toe-of-leg-uit’-beginsel).

Maar wat betekent een goede uitleg? Volgens de vorige nalevingsrapportage (2015) van de Monitoringscommissie houdt dit in dat in het jaarverslag aangegeven wordt:

  1. op welke manier het pensioenfonds van de norm afwijkt;
  2. waarom het pensioenfonds van de norm afwijkt;
  3. op welke manier het bestuursbesluit om af te wijken van de norm tot stand kwam;
  4. op welke termijn (wel) wordt voldaan aan de norm;
  5. op welke manier is geborgd dat het bestuursbesluit om af te wijken van de norm toch bijdraagt aan het bereiken van het achterliggende doel van de norm en/of versterking van het functioneren van het pensioenfonds.

Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen

Voor de hoofdthema’s hebben wij de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen in het onderstaande overzicht samengevat.

Hoofdthema’s Bevindingen en aanbevelingen
1.    Missie, visie en strategie en de verantwoording hierover Missie, visie en strategie kunnen transparanter worden verantwoord.
–       De missie bevat volgens de Commissie een beschrijving van het bestaansrecht van een pensioenfonds waarbij de waarden en identiteit worden beschreven.
–       De visie wordt naar het oordeel van de Commissie concreter en bevat een kernachtige beschrijving van afwegingen.
–       De Commissie meent dat de strategie van pensioenfondsen in vergelijking met de missie en visie planmatiger is en aansluit bij de gangbare methode om aan de hand van beleidscycli (analyseren, bespreken, vaststellen, uitvoeren, rapporteren en evalueren) te handelen. Elk pensioenfonds zal daarbij uiteraard eigen nuances aanbrengen. De Commissie ziet als goede onderdelen van een rapportage over de gestelde doelen met name de concreetheid en toegankelijkheid (via een publieke website) als een belangrijk uitgangspunt.
2.    Besturing van pensioenfondsen Besturing van pensioenfondsen zijn in het algemeen in lijn met de Code, maar op onderdelen voldoen pensioenfondsen (nog) niet aan de eigen normen. Dat geldt in het bijzonder voor:
–       De diversiteitsdoelstellingen zijn over het algemeen niet behaald. Er wordt volgens de Commissie op dit onderdeel onvoldoende resultaat geboekt. De naleving van norm 67 en 68 daalt ten opzichte van voorgaande jaren. Norm 67 ziet op ten minste één man of vrouw in het bestuur of VO/BO. Norm 68 op één persoon onder en boven de 40 jaar. De Commissie beveelt pensioenfondsen aan om aandacht te geven aan diversiteit.
–       Lang niet alle pensioenfondsen houden een zelfevaluatie conform de termijn in de Code Pensioenfondsen. Ook een evaluatie onder begeleiding van een externe partij blijft soms achterwege (eens is de twee jaar). Verder gebeurt het bepalen van een visie op het onderdeel ‘samenstelling van fondsorganen’ nog onvoldoende. De Commissie ziet hier ruimte voor verbetering.
–       25% van de onderzochte pensioenfondsen wijkt af van de aanbevolen zittingsduur van 3 maal 4 jaar.
–       De Commissie constateert dat klachten die via de Ombudsman Pensioenen zijn ingediend op eenzelfde manier kunnen worden toegelicht als de interne klachten en geschillen. Als de Ombudsman een advies en/of aanbeveling heeft gedaan, kan de visie van het pensioenfonds worden toegelicht. Vooral bij afwijking van het advies heeft een heldere verantwoording een meerwaarde.
–       70 van de 205 onderzochte pensioenfondsen publiceren geen klokkenluidersregeling.
–       Integraal risicomanagement wordt in een aantal gevallen niet gerapporteerd en niet gerealiseerd. De Commissie beveelt aan dat integraal risico-management gemakkelijk vindbaar moet zijn.
–    De Commissie beveelt aan dat het intern de volgende aspecten van de uitbestedingsrelatie met regelmaat agendeert:
·           overwegingen bij uitbesteding;
·           zicht op de keten van uitbesteding;
·           maatregelen bij niet goed presteren, en
·           beloningsbeleid.
3.    Taken en werkwijze intern toezicht De commissie roept het intern toezicht op om de Code Pensioenfondsen nadrukkelijk in de uitoefening van hun taak te (blijven) betrekken. Daarbij gaat het intern toezicht bij voorkeur structureel en methodisch te werk. De commissie vindt het belangrijk dat het intern toezicht daarover zelf in het publieke verslag van werkzaamheden rapporteert. Concreet beveelt de Commissie pensioenfondsbesturen aan om het gesprek met het intern toezicht over de toepassing van de Code te intensiveren.

Algemene aanbevelingen Monitoringscommissie

Naast de bovengenoemde aanbevelingen die voortvloeien uit het nalevingsonderzoek doet de Monitoringscommissie in het kader van de taakopdracht de volgende algemene
Aanbevelingen:

  1. Houd de Code Pensioenfondsen levend; de commissie roept de pensioensector op de Code Pensioenfondsen met regelmaat onder de aandacht te houden.
  2. Voer als intern toezicht het gesprek over de Code Pensioenfondsen; de commissie is van mening dat het gesprek van het intern toezicht met het bestuur over de Code Pensioenfondsen structureel en methodisch gevoerd moet worden.
  3. Denk na over het verbeteren van de toepasbaarheid van de Code Pensioenfondsen; de Commissie beveelt de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid aan na te denken over het verbeteren van de toepassing van de Code Pensioenfondsen door een heldere rubricering, verduidelijking van (voor inter­pretatie vatbare) teksten en beperking tot belangrijke principes met achterlig­gende normen. De commissie heeft hiertoe reeds een tekstvoorstel gedaan.
  4. Ontwikkel als sector een internetapplicatie om de naleving te ontsluiten; de commissie beveelt de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid aan om een internetapplicatie te ontwikkelen waarin pensioenfondsen de manier waarop zij de Code Pensioenfondsen naleven kunnen registreren en indien nodig actualiseren.

Tot slot

De Monitoringscommissie heeft onlangs een mogelijke concepttekst voor een nieuwe opzet van de Code Pensioenfondsen aangeboden aan de Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie. Deze concepttekst beoogt – in hoofdzaak – geen inhoudelijke wijzigingen aan te brengen. De bestaande 83 normen worden rond 8 principes gecentreerd. Volgens de Commissie wordt de Code Pensioenfondsen daarmee beter hanteerbaar. Uit de enquêteresultaten blijkt dat bestuurders behoefte hebben aan een Code die korter en eenvoudiger is. De Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie zullen deze concepttekst beoordelen.

Print deze post
Dit artikel delen: