Wat is er nieuw op pensioengebied?

De laatste (fiscale) feitjes van 2017 voor u op een rij!

Lagere franchise in combinatieregeling wordt in 2018 permanent

Sinds 2015 kennen we voor eindloonregelingen een andere franchise dan voor middelloonregelingen. Maar, er zijn ook combinatieregelingen: pensioenregelingen waarbij het ouderdomspensioen is gebaseerd op een middelloonregeling of een beschikbare premieregeling en het partnerpensioen op een eindloonregeling. Het verschil in franchise kan tot administratieve problemen leiden voor pensioenuitvoerders. Om dit te voorkomen, heeft de staatssecretaris destijds een tijdelijk besluit genomen: in geval van combinatieregelingen is het tot 1 januari 2018 mogelijk de (lagere) middelloonfranchise te hanteren bij het berekenen van zowel het ouderdoms- als het partnerpensioen. Onlangs heeft de staatssecretaris aangegeven dat dit tijdelijke besluit per 1 januari 2018 permanent wordt. De wetgeving moet hierop nog worden aangepast.

Nieuwe premiestaffels

De belastingdienst heeft op 29 september jl. nieuwe – voorlopige – premiestaffels gepubliceerd voor premieovereenkomsten met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Wat opvalt, is dat in vergelijking met eerder dit jaar gepubliceerde staffels het premiepercentage voor de meeste leeftijdsklassen gelijk is gebleven. In een aantal leeftijdsklassen zien we een (lichte) stijging. Dit komt doordat in de nieuwe staffels een recentere overlevingstafel is gehanteerd. Let op: het gaat om voorlopige premiestaffels, in een nieuw staffelbesluit worden de definitieve staffels voor 2018 gepubliceerd.

Wordt de pensioenregeling in 2018 niet bijgesteld naar 68 jaar dan heeft dit effect op de hoogte van het partner- en wezenpensioen

Per 1 januari 2018 verschuift de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar. Als een pensioenregeling hierin niet meegaat en dus vasthoudt aan een lagere leeftijd, dan dient het maximale opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen actuarieel te worden bijgesteld (verlaagd). Dit betekent overigens niet dat ook de maximale opbouwpercentages voor het partner- en wezenpensioen actuarieel moeten worden herrekend. Wel wordt bij het vaststellen van de hoogte van het partner- en wezenpensioen rekening gehouden met het aantal (bereikbare) dienstjaren en dit is dus lager dan bij een pensioenrichtleeftijd van 68 jaar.

Heeft u vragen over dit artikel? Neem contact op met René van Dongen via rene.van.dongen@montae.nl of 06 211 921 78

Print deze post
Dit artikel delen: