Onderzoek Berenschot en Montae: langer doorwerken in de praktijk

De pensioenrichtleeftijd verschuift naar 68 jaar. Voor werkgevers dalen de pensioenkosten, dit heet premievrijval. Waarvoor gebruiken werkgevers dit geld? Een van de mogelijkheden is investeren in duurzame inzetbaarheid van medewerkers die langer moeten doorwerken. Berenschot en Montae deden in het voorjaar 2017 onderzoek onder hun werkgeversklanten. De belangrijkste uitkomsten zetten wij voor u op een rij.

Vrijval van pensioenpremies wordt op verschillende manieren ingezet

De impact van de stijging van de pensioenleeftijd verschilt van bedrijf tot bedrijf. Over het algemeen zal dit een premievrijval opleveren van 6% tot 8% (of circa 1% van de loonsom). Hoe werkgevers dit geld besteden, is zeer divers. Een aanzienlijk deel van de respondenten (37%) weet nog niet wat ze ermee gaan doen. Als het gaat om een verdeling tussen werkgever en werknemers zegt 13% de vrijval naar rato van de pensioenbijdrage te verdelen, 10% zegt dat het geheel naar de werkgever gaat en 4% deelde de vrijval toe aan alleen de werknemers. Circa 8% ziet in de premievrijval een mooi budget voor duurzame inzetbaarheid.

Bijna de helft van de medewerkers gaat nog tussen de 63 en 65 jaar met pensioen

Duurzame inzetbaarheid is wellicht nodig, omdat we steeds langer doorwerken. Het afgelopen jaar is de gemiddelde pensioenleeftijd vier maanden hoger dan een jaar eerder, meldt CBS. [1]Het CBS geeft aan: “In alle bedrijfstakken is tussen 2006 en 2016 de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan flink gestegen. Het meest, met ruim vijf jaar, steeg de gemiddelde pensioenleeftijd in de bedrijfstak vervoer, opslag en communicatie. Werknemers in het openbaar bestuur en overheidsdiensten, onderwijs, en zorg gingen in 2016 het vroegst met pensioen (63 jaar en 7 maanden). In de landbouw en visserij zijn werknemers gemiddeld het oudst als ze met pensioen gaan (67 jaar).”

Opvallend is dat 18% van de respondenten in ons onderzoek niet weet wat de gemiddelde pensioenleeftijd is in hun organisatie. De respondenten die wel op de hoogte zijn van de cijfers, geven het volgende beeld: 47% van de medewerkers gaat tussen 63 en 65 jaar met pensioen. 46% heeft een pensioenleeftijd tussen 66 en 68 jaar. Een relatief kleine groep werknemers, namelijk 7%, gaat voor 63 jaar of na 68 jaar met pensioen.

Verwachten respondenten dat de pensioenleeftijd de komende jaren verder stijgt? 46% denkt van wel. Slechts 14% verwacht geen verdere stijging, 41% weet niet hoe de pensioenleeftijd zich verder zal ontwikkelen.

Aanpassing takenpakket komt het meest voor om medewerkers inzetbaar te houden

De meerderheid van de respondenten past het takenpakket van werknemers aan, aan de stijging van hun leeftijd. Het gaat dan om 53%. In 33% van de gevallen wordt gekozen voor een beperking van de omvang van het dienstverband. 26% maakt gebruik van zogeheten ‘ontzie’ maatregelen, bijvoorbeeld het vrijstellen van nachtdiensten. Ook maken werkgevers gebruik van het opleiden en trainen van werknemers, om er zo voor te zorgen dat werknemers tot aan hun pensioenleeftijd kunnen blijven werken. Het gaat hier om een relatief grote groep, namelijk 35%. In 24% van de gevallen wordt gekozen voor een teruggang in functie.

Heeft u vragen over dit artikel? Neem gerust contact op met Vandena van der Meer: vandena.van.der.meer@montae.nl of 06 293 49 128.

[1] CBS, 1 maart 2016, te vinden op < https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/09/pensioenleeftijd-voor-negende-jaar-omhoog> .

Print deze post
Dit artikel delen: