Pensioenfondsen moeten zelf het heft in handen nemen bij IORP II

Op 13 januari 2019 moeten pensioenfondsen voldoen aan IORP II. De vertaling van deze Europese richtlijn naar Nederlandse wetgeving is nog niet helemaal afgerond. Pensioenfondsbesturen hebben niet de tijd om te wachten op Den Haag. Gelukkig hoeft dat ook niet, want de richtlijn biedt besturen ruimte om de eisen in te vullen op een manier die past bij het karakter van hun fonds. Het is dus zaak om zelf het heft in handen te nemen.

Bescherming van deelnemers

Veel pensioenfondsbesturen hijgen nog na van de invoering van de AVG per eind mei jl. Maar de volgende uitdaging op het gebied van Europese regelgeving komt er al weer aan. Begin januari moeten alle pensioenfondsen voldoen aan IORP II. IORP staat voor Institutions for Occupational Retirement Provision. In 2003 kwam Europa met de eerste richtlijn voor pensioenfondsen. De kern van de tweede richtlijn is dat fondsen voldoende bescherming bieden aan hun deelnemers door middel van toereikende governance en adequaat risicomanagement. IORP II wil tevens lacunes in de informatievoorziening aan deelnemers oplossen en toezicht en regelgeving binnen Europa uniformeren. Op 13 januari 2019 dient IORP II verankerd te zijn in Nederlandse wetgeving. Vanaf dat moment is dat het wettelijk kader voor pensioenfondsen. De vertaling van de richtlijn naar de Nederlandse wet is echter nog niet rond. Dat is lastig, niet alleen voor de fondsen maar ook voor toezichthouder DNB, die bij het uitvoeren van haar taak immers moet uitgaan van de op dat moment geldende wetgeving.

Te laat voor eerste implementatieslag

IORP II raakt op vele fronten het befaamde principe van ‘beheerste en integere bedrijfsvoering’ en geeft DNB meer bevoegdheden. Het is logisch dat bij de invoering van nieuwe wetgeving bestuurders wachten op de overheid en de toezichthouder om richting te geven. Dat kan naar alle waarschijnlijkheid pas nadat het wetgevingstraject volledig is afgerond. Die adviezen komen dan te laat voor de eerste implementatieslag.

Impact klein of groot?

Over de impact van IORP II voor pensioenfondsen verschillen de meningen van experts. Dat is prima. Uiteindelijk draait het om de vaststelling van het bestuur wat de impact van IORP II op hun fonds is. Dat kan van fonds tot fonds verschillen. Feit is dat er bestuurlijk wel wat te kiezen valt, bijvoorbeeld bij de inrichting van de sleutelfuncties.

Wat kunnen besturen nu al doen om zich voor te bereiden op IORP II? Hieronder volgt een aantal tips.

1. Realisatie: Europese richtlijn staat

Het is misschien niet populair om te zeggen in Den Haag, maar veruit het grootste deel van het wetgevingstraject is al klaar. Dit is in Europa gebeurd. Nederland heeft zich daar – succesvol – mee bemoeid. Aan de Europese richtlijn gaat geen letter veranderen. De implementatie kan geen majeure aanpassingen opleveren. Het Ministerie van SZW heeft ook aangegeven dat niet te ambiëren. Pensioenfondsen kunnen starten met het maken van een analyse van de impact van de richtlijn. Ze kunnen ook een indeling maken van op welke onderwerpen zij simpelweg ‘compliant’ moeten zijn (bijvoorbeeld communicatie-eisen), op welke onderwerpen het bestuur een grotere ambitie heeft (bijvoorbeeld eigen risicomanagement) en voor welke onderwerpen er bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld sleutelfuncties).

2. Pensioenfonds aan zet bij proportionaliteit

IORP II staat bol met bepalingen over ‘proportionaliteit’. Dat wil zeggen dat pensioenfondsen de inschatting van hun aard, omvang, activiteiten en complexiteit een rol kunnen laten spelen bij de implementatie van IORP II. Pensioenfondsen moeten zelf die inschatting maken en kunnen daar direct mee starten. Dat geeft het bestuur een kader waarop het de implementatiekeuzes kan baseren.

3. Implementatie: draai het om

Wacht niet op richting van de overheid en de toezichthouder, maar start als bestuur met de eigen ambitie en doelen bij de voorbereiding op IORP II. Werk uit hoe IORP II het beste zou kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het fonds en het beheersen van de risico’s, bijvoorbeeld met de inrichting van sleutelfuncties. Start niet met de tekst van de ‘memorie van toelichting’ over sleutelfuncties, maar start met wat het fonds nodig heeft om risicomanagement op een hoger plan te brengen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Het vormgeven van de risicomanagementrol kan voor een BPF met groeiambities een hele andere betekenis hebben dan voor een klein OPF met een beperkt budget.

Begin met de eigen overtuiging en niet met de vraag “Wat vindt DNB?”. Natuurlijk is de opvatting van DNB belangrijk. Maar de ervaring leert dat de dialoog met de toezichthouder een ander karakter heeft als het pensioenfonds deelt waarom het bestuur tot bepaalde keuzes is gekomen. Bovendien, het werkt een stuk motiverender om te starten met het perspectief van ‘wat goed is voor het pensioenfonds’, dan met ‘het moet van DNB’.

4. Stap voor stap

Het kan best dat er een deelonderwerp is waarbij de voorkeurskeuze afhankelijk is van de finale wettekst en een beroep op proportionaliteit voor dat deelonderwerp lastig ligt. De daadwerkelijke implementatie van zo’n onderwerp vraagt dan mogelijk nog even tijd. Laat een dergelijk deelonderwerp het gehele IORP II proces niet verstoren. Waarschijnlijk kan het bestuur met een groot deel van de onderwerpen gewoon door. Indien slechts de implementatie van het deelonderwerp rest, dan kan het pensioenfondsbestuur in alle redelijkheid betogen dat zij IORP II grondig heeft aangepakt en praktisch gezien op tijd klaar is.

Er kunnen onderwerpen zijn waarvoor het bestuur nog ruimte wil laten om te ontdekken door te ervaren. Denk bijvoorbeeld aan de eigen risicobeoordeling, die eens in de drie jaar moet plaatsvinden. Er kunnen besturen zijn die aangeven in 2019 te starten met deze eigen risicobeoordeling. Op basis van de op dit moment beschikbare instrumenten kijken ze wat er mogelijk nog aan verbeteringen te realiseren is. Het is aan te raden om, gegeven de korte tijd en het soms nieuwe karakter van de bepalingen, ruimte in te bouwen om van ervaringen te leren.

Nu zelf het heft in handen nemen

Pensioenfondsbesturen kunnen dus nu al veel doen om klaar te zijn voor IORP II. Er is geen reden en ook geen tijd om te wachten op Den Haag of richtlijnen van DNB. Zelf het heft in handen nemen is voor IORP II de beste aanpak.

Auteur: Sander Baars, partner Montae