De huidige arbeidsmarkt vraagt om flexibiliteit. Flexibiliteit in de inzet van arbeid en flexibiliteit in de arbeidsvoorwaarden. Dat geldt zeker voor die belangrijke arbeidsvoorwaarde pensioen. Pensioenregelingen moeten meer keuzevrijheid bieden, zo wordt er vaak geroepen en geschreven. Weinig mensen weten echter dat de huidige pensioenregelingen al veel keuzemogelijkheden bieden. Veel meer dan ze zouden verwachten. Alleen zijn die keuzes nog onbekend en dus onbemind. Hier ligt een taak voor de ondernemingsraad om samen met de werkgever die mogelijkheden goed onder de aandacht van de werknemers te brengen.

Er zijn in Nederland veel verschillende pensioenregelingen en de ene regeling kent meer uitgebreide keuzemogelijkheden dan de ander. Maar bepaalde basiskeuzes kennen ze vrijwel allemaal.

Eerder met pensioen
De pensioenrichtleeftijd schuift onder druk van de overheid steeds meer op. Die ligt nu op 68 jaar, hoewel in sommige bedrijven of sectoren de sociale partners vasthouden aan 67 jaar, maar dan wel met een lagere pensioenopbouw. In de kranten lees je veel over het stijgen van de pensioenrichtleeftijd. Maar binnen vrijwel alle pensioenregelingen is er een mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan. Vaak al vanaf 60 jaar of soms zelfs nog eerder. Als werknemer bepaal je dus vooral zelf wanneer je met pensioen wilt gaan.

Pensioen als zak geld
Een voorwaarde om eerder met pensioen te gaan is natuurlijk wel dat je daar voldoende financiële armslag voor hebt. Want voor alle flexibele keuzes binnen de pensioenregeling geldt: je betaalt ze zelf met je eigen pensioengeld. Je krijgt niets cadeau. Je moet het pensioen zien als een zak geld, die je binnen de mogelijkheden van de regeling kunt aanwenden op een manier die past bij jouw leefsituatie. Hoe eerder je met pensioen gaat, hoe lager je pensioenuitkering wordt. Immers, je pensioen wordt over een langere periode uitgekeerd en je mist de laatste opbouwjaren. Ook zal je het gemis van je AOW gedurende een periode moeten overbruggen, want je krijgt pas AOW als je de voor jou geldende AOW-leeftijd bereikt.

Later met pensioen
Later met pensioen gaan dan de pensioenrichtleeftijd kan in veel regelingen ook. Fiscaal mag dit maximaal vijf jaar na de AOW-datum. Als er eerder in je loopbaan een pensioengat is ontstaan, kan langer doorwerken een goede manier zijn om je pensioen aan te vullen. Daarnaast zijn er mensen die nog zo vitaal zijn en plezier in hun werk hebben, dat ze graag nog even willen doorgaan.

Deeltijdpensioen
Deeltijdpensioen is een keuzemogelijkheid die veel pensioenregelingen wel bieden, maar die nog te onbekend is en daardoor nog weinig wordt gebruikt. Bij deeltijdpensioen laat je voor een deel van je werktijd je pensioen al ingaan en voor de rest van de tijd blijf je werken en dus ook voor dat deel pensioen opbouwen. Het is een uitstekende manier om geleidelijk de overstap te maken van je werkzame leven naar je pensioen. Bovendien is de verlaging van je pensioen niet zo groot als wanneer je kiest voor volledig vervroegd pensioen.

Hoog/laagconstructies
De meeste pensioenregelingen kennen ook hoog/laag constructies. Hierbij krijg je eerst een paar jaar een hogere pensioenuitkering en daarna levenslang een wat lagere uitkering. Dit kun je bijvoorbeeld doen tot je AOW ingaat om zo dat tijdelijke gat in je inkomen op te vangen. Ook willen mensen vaak in het begin een hogere uitkering omdat ze dan nog in een actievere fase van hun leven zijn waarin meer inkomen nodig is. Andersom, als je eerst nog andere inkomsten naast je pensioen hebt, is het wellicht een idee om eerst tijdelijk een lagere uitkering te hebben en daarna levenslang een wat hogere uitkering.

Uitruil ouderdoms/partnerpensioen
In verreweg de meeste regelingen kun je kiezen het partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uit te ruilen tegen een hoger ouderdomspensioen. Je partner moet het daar wel mee eens zijn, want die krijgt dan bij jouw overlijden minder of zelfs geen partnerpensioen. Deze keuzemogelijkheid is een goede optie als beide partners hun hele loopbaan hebben gewerkt en een goed ouderdomspensioen hebben opgebouwd. Een partnerpensioen is dan niet echt nodig. Bij veel regelingen is het andersom ook mogelijk een deel van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor een hoger partnerpensioen. Als een partner zelf geen pensioen heeft opgebouwd, is dit een optie om te zorgen dat die partner een wat hoger partnerpensioen krijgt als de pensioengerechtigde zou overlijden.

Keuzes als je pensioen opbouwt
Alle bovengenoemde mogelijkheden zijn keuzes rond de uitkeringsfase van het pensioen. Er zijn ook keuzes in de opbouwfase zoals beleggingskeuzes binnen beschikbare premieregelingen. De meest voorkomende pensioenregeling in Nederland is de middelloonregeling. Daarbij bouw je je jaarlijks een deel van je pensioen op over het gemiddelde salaris gedurende je loopbaan. Hoewel inmiddels iedereen wel weet dat er geen absolute garanties zijn, is er bij middelloonregelingen wel een redelijke mate van zekerheid over het te bereiken pensioen. De premie die nodig is om de pensioenrechten in te kopen varieert, waarbij de rentestand een belangrijke factor is. Door de lage rente is de prijs van pensioen de afgelopen jaren sterk gestegen. Daarom willen veel werkgevers overschakelen van een middelloonregeling naar een individuele of collectieve beschikbare premieregeling. Daarbij staat de premie vast en is de latere pensioenuitkering afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen en de rentestand.

Beleggingskeuzes
Waar in middelloonregelingen de deelnemers weinig of geen invloed hebben op het beleggingsbeleid, zijn er binnen beschikbare premieregelingen vaak wel meer keuzes. Pensioenuitvoerders helpen de deelnemers bij het maken van de keuzes in beleggingen. Vaak gebeurt dat door het invullen van vragenlijsten. Op basis daarvan kies je een beleggingsmix.

Gewenste keuzemogelijkheden bestaan vaak al
Werkgevers en werknemers moeten samen vaststellen wat binnen hun onderneming een goede pensioenregeling is en welke keuzemogelijkheden daarin dienen te bestaan. Daarbij moeten we wel aantekenen dat veel werkgevers verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. In dat geval is de rol van de ondernemingsraad en de werkgever beperkt. Maar hoe de pensioenregeling ook is vormgegeven, de kans is groot dat de gewenste keuzemogelijkheden nu al binnen de regeling aanwezig zijn. Alleen kennen de deelnemers die mogelijkheden nog niet of onvoldoende. Er ligt een schone taak voor de ondernemingsraad om in samenwerking met de werkgever die keuzes goed onder de aandacht van de medewerkers te brengen.

Aandacht voor keuzes in seminar
In het seminar ‘Scoren met Medezeggenschap’ dat wij als Montae samen met De Voort Advocaten | Mediators en WissemaGroup op woensdag 14 november 2018 op de KNVB Campus in Zeist organiseren, hoop ik nader in te gaan over keuzes binnen de pensioenregeling en de rol van de OR daarin.

Inge Bakker
Adviseur Montae

Print deze post
Dit artikel delen: