“De trein reed en iedereen bleef erop tot het eindstation”

“Het traject van de opdrachtaanvaarding was breed en omvangrijk. Het ging om de financiële haalbaarheid, de administratieve uitvoerbaarheid, fiscale en juridische aspecten. Er waren verschillende partijen bij betrokken. We hebben vanuit het bestuursbureau alles goed voorbereid, maar we vonden het belangrijk dat er een derde partij was die het proces in goede banen leidde op basis van een duidelijk stappenplan. Montae heeft die regiefunctie prima ingevuld. Bijzonder daarbij was dat we met de sociale partners van twee sectoren, Metalektro en Metaal & Techniek, tot één regeling waren gekomen. Ieder fonds moest op zijn eigen manier de haalbaarheid van die regeling toetsen. Maar het was wel belangrijk dat Montae in de gaten hield dat we toetsten op dezelfde elementen.”

Annemieke Hulsbergen is interne actuaris bij het bestuursbureau van PMT, het bedrijfstakpensioenfonds voor Metaal en Techniek, dat 33.000 aangesloten werkgevers en 1,2 miljoen deelnemers heeft. PMT heeft een belegd vermogen van meer dan € 58 miljard. Annemieke onderhoudt het contact met de externe actuarissen en is ten behoeve van het bestuur en de Commissie Pensioenen betrokken bij alles wat te maken heeft met de rechterkant van de balans.

Rob van der Want is Manager Pensioenbeheer. Hij is nauw betrokken bij de totstandkoming van nota’s en de voorbereiding van bestuursbesluiten. Hij onderhoudt intensieve contacten met uitvoerder MN en de sociale partners. Ook gaat hij geregeld het land in om uitleg te geven tijdens bijeenkomsten voor gepensioneerden. Hij doet dit met plezier omdat het zoals hij zegt “een voorrecht is” om in contact te zijn met de mensen voor wie wij al dit werk mogen doen.”

Maatschappelijk kruidvat

Rob en Annemieke werken beiden al lang (ruim 8 jaar) voor PMT. Rob legt uit hoe verschillend het huidige proces van opdrachtaanvaarding is ten opzichte van vroeger. “Onze vorige regeling dateerde van 2006. Het overleg daarover startte in 2004 en 2005 te midden van een maatschappelijk kruidvat met massale protesten op het Malieveld. De sociale partners gingen elkaar opzoeken in de wetenschap dat de VUT en het vroegpensioen werden afgeschaft en dat er overgangsregelingen moesten komen. Met elkaar zochten ze de grenzen op van wat binnen de nieuwe wetgeving mogelijk was. Zaken als de financiële onderbouwing en de uitlegbaarheid kwamen pas later aan de orde. De Belastingdienst toetste of het binnen de fiscale regels paste en het Ministerie van SZW deed een controle en dat was het. Nu is in de Pensioenwet en de Code Pensioenfondsen veel explicieter omschreven waaraan we moeten voldoen en hebben de betrokkenen meer formele en gescheiden rollen. Er kijken nu meer partijen over onze schouder mee. Zo zullen we bij het bepalen van de kostendekkende premie een degelijke onderbouwing moeten geven dat die premie ook echt kostendekkend is.”

Risicobereidheid onderzoeken

Een belangrijk onderdeel van de Pensioenwet over de aanvaarding van de uitvoeringsopdracht van de sociale partners door het pensioenfonds is artikel 102A. Daarin staat onder meer dat het fonds moet weten wat de risicohouding is van de sociale partners.

Dat is bij PMT gebeurd. Annemieke vertelt hoe het fonds in overleg met de sociale partners het initiatief heeft genomen bij een onderzoek naar de risicobereidheid onder de deelnemers. “We hebben een internetraadpleging gedaan waaraan ongeveer 1.000 deelnemers hebben meegewerkt. Verder hebben we vier bijeenkomsten belegd met werkgevers, gepensioneerden en jongere en oudere actieve deelnemers waarbij zij allerlei dilemma’s kregen voorgelegd. Zo kregen we een goed beeld van de risicobereidheid van de verschillende groepen belanghebbenden.” Ook is in vergaderingen van het bestuur van het fonds diverse malen gesproken over de risicohouding.

Oplossing vinden voor verschillen

PMT en PME hebben vanaf 2015 dezelfde basisregeling. Natuurlijk waren er verschillen waarvoor een oplossing gevonden moest worden. “Beide fondsen hadden een verschillende methodiek om de kostendekkende premie vast te stellen”, legt Rob uit. “Bij PMT deden we dat op basis van een 5-jaars middeling van de rente en PME hanteerde een methode op basis van verwacht rendement. Omdat toen nog niet duidelijk was hoe het nFTK ingevuld zou worden voor de methode ‘verwacht rendement’, hebben we gekeken of er ook een andere methode was en dat werd voor 2015 een 10-jaars middeling van de rente. Toen dit voorjaar de parameters van het nFTK bekend werden, hebben we alsnog gekozen voor de methode van verwacht rendement.

Door de sterke daling van de rekenrente zouden we op basis van de 10-jaars middeling onze ambitie ten aanzien van de jaarlijkse pensioenopbouw voor de 5-jaars periode niet kunnen verwezenlijken. Op basis van verwacht rendement is de verwachting dat dit wel moet kunnen.”

Prijsindex maatstaf voor indexatie

Annemieke vertelt dat Ortec Finance een belangrijke rol heeft gespeeld bij het toetsen van de financiële haalbaarheid. “De sociale partners hebben voor de komende 5 jaar de premie vastgesteld. Ortec Finance heeft bekeken of die premie daadwerkelijk voldoende is om de kosten te dekken en ook of de indexatieambitie van de sociale partners op de lange termijn kan worden waargemaakt. In de nieuwe regeling hebben we gekozen voor de prijsindex als maatstaf voor indexatie. De uitkomst was dat gegeven het actuele niveau van de dekkingsgraad (uitgangspunt = 100%) er naar verwachting de komende jaren niet of nauwelijks kan worden geïndexeerd.”

Administratieve uitdagingen

MN moest vooral kijken of de afspraken van de sociale partners uitvoerbaar waren. “We hebben een verplichte middelloon basisregeling tot een jaarinkomen van € 70.000”, vertelt Rob. “Daarboven hebben we een excedentregeling tot € 100.000 waaraan werkgevers vanaf 2016 vrijwillig kunnen deelnemen (in 2015 geldt verplichte deelname aan de excedentregeling).

Als de sociale partners hadden gekozen voor een beschikbare premieoplossing, zou dat administratief een grote uitdaging zijn geweest.” Toch waren er ook in de nu gekozen opzet enkele uitdagingen. “In de nieuwe regeling is het partnerpensioen deels op opbouwbasis en deels op risicobasis geregeld. Een ander punt betrof het einde van de opbouw. We hebben een regeling met een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar, maar veel mensen willen stoppen wanneer de AOW-leeftijd ingaat of zelfs nog wat eerder. De sociale partners vonden de ingang van de AOW een goed moment voor het eind van de opbouw.”

Annemieke vult aan dat een ander nieuw element in de regeling de vorming van een premiedepot is, dat buiten de dekkingsgraad wordt gehouden. “Als in een jaar de werkelijk betaalde premie hoger is dan de kostendekkende premie, gaat het overschot in het depot. Als er daarna een jaar komt waarin de betaalde premie lager is dan de kostendekkende premie, kun je het verschil aanvullen vanuit het depot en hoef je niet meteen het opbouwpercentage te verlagen.”

Uitleg aan deelnemers

Hoe heeft PMT de nieuwe regeling uitgelegd aan de deelnemers? “Voor de actieve deelnemers is dat hoofdzakelijk door de vakbonden gedaan” legt Rob uit. “Die moesten hun leden achter de plannen krijgen, wat voor de overgrote meerderheid is gelukt. Wij hebben wel geholpen met voorbeelden en berekeningen en onze consulenten gaan het land in om uitleg te geven. Bij ons zijn vooral kleine bedrijven aangesloten die geen aparte HR afdeling hebben. Als een werkgever het belangrijk vindt dat het personeel uitleg krijgt over het pensioen, doen onze consulenten dat graag. Voor de gepensioneerden heb ik het grotendeels zelf gedaan tijdens de bijeenkomsten in het land. Ik vertel hen over de nieuwe indexatiemethodiek en wat het nFTK betekent voor onze dekkingsgraad en het moment dat we tot een korting van de pensioenen zouden moeten overgaan. Dat is niet altijd een makkelijk verhaal.”

“En”, zegt Annemieke, “we hebben een speciale editie van onze nieuwsbrief Pensioenjournaal gewijd aan de nieuwe regeling. Daarnaast hebben alle actieve deelnemers een persoonlijke brief gekregen.”

Regiefunctie streng bewaakt

Annemieke en Rob zijn tevreden over de rol die Montae in het traject heeft gespeeld. “Montae heeft een stappenplan gemaakt waarin stond wie wanneer iets moest doen en opleveren. Dat heeft Montae streng en soms zelfs niet rechtvaardig bewaakt. Dat was maar goed ook, want je hebt in zo’n traject soms met politiek te maken. Over de hoofdzaken zijn de sociale partners het snel eens, maar ‘the devil is in the detail’. Hierover is door sociale partners diverse malen overleg gevoerd. Dit heeft eind september geresulteerd in de vastlegging van de afspraken in de Bedrijfstakuitvoeringsovereenkomst van de Techniek. Aangezien de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2015 van kracht werd, was er wel sprake van enige tijdsdruk voor het aanvaarden van deze opdracht en de implementatie en uitvoering van de regeling. Dan is het goed dat er een derde partij is die de partijen maant tot spoed. Naast de regiefunctie heeft Montae een review gedaan op de administratieve toetsing door MN. Verder heeft Montae gekeken naar de juridische aspecten en daar een eigen notitie over geschreven.”

Net als Floor Briedé van PME kijken Annemieke en Rob met voldoening terug op het hele traject van de opdrachtaanvaarding. “Af en toe moesten we alle zeilen bijzetten, maar we hadden allemaal hetzelfde doel voor ogen. De trein reed en iedereen bleef op de trein tot het eindstation.”