“Het is goed om nieuwe wegen in te slaan”

“Nieuw elan is altijd goed voor een bestuur. Dit wil niet zeggen dat je risico’s moet nemen, maar het is goed om nieuwe wegen in te slaan.” Dat heeft het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven zeker gedaan, want het fonds maakte een opmerkelijke overstap van een paritair naar een omgekeerd gemengd bestuur.

Steeph Custers was voorzitter van het bestuur van het fonds, maar gaat nu een toezichthoudende rol vervullen. Hij is namens de vakbond FNV Bouw ook bestuurder bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel en voor de Nederlandse Spoorwegen. Hoewel hij dus een ervaren bestuurder is, ziet hij de veranderingen bij het meubelfonds als ingrijpend en uitdagend. “Ze passen bij de grotere visie die wij hebben om het fonds bestuurlijk, financieel, organisatorisch en juridisch klaar te stomen voor de toekomst. We willen een evenwichtige behartiging van belangen, maximale deskundigheid binnen het bestuur en betrokkenheid van de sociale partners. En we willen het eigen toezicht goed borgen. Dat alles liefst tegen zo laag mogelijke kosten. We realiseren ons dat we niet de makkelijkste weg hebben genomen, want we zijn een van de weinige fondsen die zijn overgegaan op een totaal nieuw bestuursmodel.”

Zoeken naar externe kandidaten

De keus voor externe professionals voor de uitvoerende bestuurstaken is ingegeven door het feit dat het moeilijker wordt om binnen de eigen gelederen mensen te vinden die aan de steeds hogere eisen van De Nederlandsche Bank (DNB) kunnen voldoen. “Ga er maar aanstaan”, zegt Steeph. “Je moet mensen vinden die in feite bereid zijn om naast hun werk bijna hun volledige vrije tijd te besteden aan het onderwerp pensioen. Dat is moeilijk. Daarom zijn we op zoek gegaan naar twee externe professionals en een onafhankelijk voorzitter.”

Steeph vertelt dat het fonds vooraf geen idee had of het moeilijk zou zijn de juiste kandidaten te vinden. Dat bleek enorm mee te vallen ondanks dat het fonds een beloningsbeleid hanteert dat past bij de sector waarin de pensioenen over het algemeen niet hoog zijn. “We hebben een selectiebureau in de arm genomen dat voor elke functie kwam met een behoorlijke lijst kandidaten. We zijn bij de beoordeling daarvan niet over één nacht ijs gegaan. De voordrachtscommissie heeft een shortlist samengesteld. Hoewel we absoluut kwaliteit van deskundigheid voor diversiteit stelden, ben ik er trots op dat we een vrouwelijke voorzitter hebben kunnen vinden en een vermogensbeheer van onder de 40 jaar.”

Focus op hoofdzaken

Bestuursleden die eerder uitvoerende taken hadden, krijgen nu in het bestuur een toezichthoudende rol. Steeph realiseert zich dat dit de nodige aanpassing zal vergen, maar hij wil snel schakelen en dat proces niet jaren laten duren. “Mijn slogan is ‘Just the headlines, but watch the details’. Er zijn zoveel regels dat je het risico loopt je snel te gaan verliezen in de details van de uitvoering. Voor je rol als toezichthouder is het echt van doorslaggevend belang dat je een helikopterblik hebt en dat je snel kunt schakelen tussen dossiers. Daarbij zijn details best belangrijk. Maar het gaat erom dat je tussen de hoofdlijnen heen kunt zien wat er niet klopt in de detaillering van de uitvoering, processen, procedures en uitbesteding. Ook moet je in staat zijn te anticiperen op voorzienbare ontwikkelingen. We weten bijvoorbeeld rijkelijk laat hoe de nieuwe pensioenrekenregels in 2015 eruit zien, hoewel de staatssecretaris wel wat hoofdlijnen heeft geschetst. Maar je kunt ondertussen wel aan de slag gaan met de schuifknoppen die je als fonds tot je beschikking hebt. Zo kun je tijdig proberen te weten te komen wat de risicobereidheid is van je deelnemers, zodat je snel kunt schakelen als de veranderingen eraan komen.”

Waardering voor toetsing

Hoewel Steeph dus een ervaren pensioenfondsbestuurder is, moest hij bij  DNB op gesprek komen om te zien of hij geschikt was voor zijn nieuwe bestuursrol. Hij vindt dat niet vreemd. “Als intern toezichthouder heb je toch een fundamenteel andere rol. Ik vind het goed dat DNB daarbij stilstaat en dat zij, om het zo maar te zeggen,  ‘selecteert aan de poort’. Dit is voor de deelnemers de beste waarborg van de deskundigheid van de bestuurders. Het is nodig, want uit de cijfers blijkt dat 46% van de kandidaten niet door de keuring komt. Tot nu toe zijn bestuurlijke uitwassen zoals bij de woningbouwcorporaties en de banken uitgebleven in de pensioensector. Dat moeten we zo houden en dus doorgaan op deze weg.”

Alle negen bestuursleden van het meubelfonds zijn inmiddels door DNB goedgekeurd. De meeste bestuurders kregen een telefoongesprek. Steeph en twee andere bestuurders die net als hij een directe financiële verantwoordelijkheid hebben, moesten bij DNB op gesprek komen.

Hulp bij voorbereiding

Het fonds heeft Montae gevraagd de bestuurders te helpen bij de voorbereiding op deze gesprekken. “Ik was aanvankelijk wel wat sceptisch”, bekent Steeph, “omdat ik de laatste jaren een soort ervaringsdeskundige ben geworden in toetsingsgesprekken. Maar achteraf is het een heel goede keus gebleken. Montae heeft ons bij de voorbereiding gecoacht, zowel voor het governance- als het beleggingsdeel. Daarbij is  de veranderde rol als toezichthoudend bestuurder goed doorgenomen. Vooral het rollenspel bleek een schot in de roos. Je krijgt dan veel meer gevoel voor de regie die je bij het gesprek moet voeren. Zo’n toetsingsgesprek is heel belangrijk. Bij een sollicitatiegesprek heb je niet veel te verliezen: je krijgt de baan of niet. Bij een toetsingsgesprek gaat het erom of je je werk voor het pensioenfonds mag voortzetten. Als je wordt afgetoetst, ben je meteen klaar.”

Specifieke risico’s bewaken

Steeph vertelt dat Montae in de race is om voor het bestuur een collectief coachingstraject te gaan verzorgen rond de veranderende taken en elkaars nieuwe bestuursrollen bij het nieuwe pensioenstelsel dat er aan gaat komen. “Bij dit soort grote veranderingen krijg je te maken met specifieke risico’s voor het fonds. Vorig jaar al heeft Montae het bestuur een spiegel voorgehouden  om te zorgen dat we niets over het hoofd zien bij het bewaken van de risico’s die verbonden zijn aan deze grote veranderingen. Zo kunnen we effectief de nieuwe bestuursstructuur invoeren en ons voorbereiden op de aanpassingen in het pensioenstelsel. Uiteindelijk draait het om onze deelnemers. Daar doe je het toch voor?”