Samen maken we de pensioendriehoek rond

De meeste pensioenregelingen in Nederland komen tot stand door een samenspel van drie partijen: werkgevers, werknemers en pensioenfondsen. Werkgevers en werknemers spreken samen de inhoud van de pensioenregeling af en pensioenfondsen voeren die uit. Dat was de traditionele rolverdeling. In essentie geldt die nog steeds, maar er is een verschuiving in de verantwoordelijkheden.

Joop Rietmulder, pensioenadviseur en associé bij Montae, Margriet Adema, partner van Montae en Emanuel Geurts, senior belangenbehartiger bij vakbond De Unie, laten hun licht hierover schijnen. Jaap Flötman, senior global benefits actuary bij ING, vertelt hoe bij ING de sociale partners en het pensioenfonds een convenant hebben gesloten waarin zij hebben vastgelegd hoe zij hun overleg over de pensioenregeling organiseren.

Formele opdrachtaanvaarding

Emanuel verwacht dat bij de toekomstige veranderingen binnen de Nederlandse pensioensector de sociale partners een prominentere rol zullen spelen. “Het nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK) versterkt die ontwikkeling. Het benoemt expliciet dat de sociale partners zich moeten uitspreken over hun risicohouding. Zij moeten met elkaar overleggen over de inhoud van de pensioenregeling, de premieruimte, de indexatieambitie en de risicohouding.”

Een belangrijke factor in het samenspel tussen de sociale partners en het pensioenfonds is dat het bestuur van het pensioenfonds nu formeel de opdracht van de sociale partners tot uitvoering van de pensioenregeling moet aanvaarden. Joop wijst op het nieuwe Artikel 102A van de Pensioenwet, waarin is vastgelegd hoe het bestuur van het pensioenfonds dient te handelen bij de formele aanvaarding van de opdracht van de sociale partners tot uitvoering van de pensioenregeling. “Daarin staat dat het bestuur de uitvoeringsopdracht moet toetsen aan de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds”, zegt hij. “Daarbij heeft het bestuur de taak zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding van de sociale partners.”

Evenwichtige afweging belangen bewaken

Margriet vult aan dat het bestuur van het pensioenfonds vervolgens zal moeten vaststellen of die doelstellingen en ambities van de sociale partners uitvoerbaar zijn en zal ze moeten toetsen aan de wet. “Het bestuur van het fonds moet bewaken dat er een evenwichtige afweging is in de belangen van de verschillende groepen deelnemers, onder wie ook de gepensioneerden en de ‘slapers’. Het fonds is daarnaast primair verantwoordelijk voor de communicatie van de uit te voeren regeling naar de deelnemers. De regeling moet goed uitlegbaar zijn zodat de deelnemers weten waar ze aan toe zijn.”

Samenwerken in de pensioendriehoek

“Als je het schematisch weergeeft, vormen werkgevers, vakorganisaties/vakbonden en het pensioenfondsbestuur een driehoek”, legt Emanuel uit. “Je zou alle stappen die binnen de driehoek worden genomen achter elkaar kunnen leggen. In een dergelijk proces zie je vaak dat er problemen optreden op de schakelpunten. Belangrijke vragen zijn daarom: wie bewaakt het hele proces en is er een bepaalde hiërarchie? Hoewel er ongetwijfeld mensen zijn die daarover een andere mening zullen hebben, denk ik dat er geen hiërarchie is en dat de partners binnen de driehoek samen het hele proces bewaken. Ieder hebben ze hun eigen verantwoordelijkheid.”

Joop en Margriet vullen aan dat de drie partijen in de pensioendriehoek bij het dragen van die eigen verantwoordelijkheid terdege met elkaar rekening zullen moeten houden en elkaar moeten informeren. “Iedereen heeft in het proces rond de totstandkoming van de pensioenregeling een eigen taak, maar de partners moeten samen tot een zo optimaal mogelijk resultaat komen waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van alle betrokkenen. Het fondsbestuur heeft volgens de wet de taak die evenwichtige belangenafweging te bewaken.”

Gelijkwaardigheid

Deze aanpak impliceert volgens Emanuel dat er een gelijk kennisniveau dient te zijn om het samenwerkingsproces goed te laten functioneren. “Als een van de partijen daarin tekort schiet, kan er niet goed worden samengewerkt op basis van gelijkwaardigheid. Wie onvoldoende kennis in huis heeft, doet er goed aan een externe partij in te schakelen die deze lacune kan opvullen. Een heel belangrijk aspect is dat alle partijen zich goed moeten realiseren dat we het uiteindelijk allemaal voor de deelnemers doen. Als we dat steeds in het oog houden en op basis van gelijkwaardigheid constructief met elkaar samenwerken, maken we samen die pensioendriehoek rond.”

Margriet Adema

@margriet.adema@montae.nl
T 06 – 551 785 09

© Montae

Print deze post
Dit artikel delen: